Soms vind je de scherpste managementinzichten niet in een dik businessboek, maar op een Delfts tegeltje. Laatst zag ik er een met de spreuk: "De essentie van leiderschap is om meer leiders voort te brengen, niet meer volgers." Een variant op een uitspraak die meestal aan consumentenactivist Ralph Nader wordt toegeschreven.

Mijn eerste reactie was mild cynisch: mooi voor op een poster, maar in de praktijk gaat leiderschap toch over resultaten, sturing en grip? Tot ik de cijfers ernaast legde. Want het tegeltje blijkt verrassend goed onderbouwd.

Een tegeltjeswijsheid met een serieuze ondertoon

De kern van de spreuk is contra-intuïtief voor veel managers. We zijn opgegroeid met een beeld van leiderschap als het vergaren van invloed: hoe meer mensen jou volgen, hoe groter je leiderschap. Nader draait dat om. Leiderschap is volgens hem niet het kweken van volgers, maar het voortbrengen van nieuwe leiders: mensen die zélf kunnen beslissen, richting kunnen geven en anderen weer verder kunnen helpen.

Het verschil lijkt subtiel, maar het is fundamenteel. Een leider die volgers kweekt, maakt zichzelf onmisbaar. Een leider die leiders kweekt, maakt zichzelf overbodig, en bouwt daarmee iets dat blijft staan als hij of zij wegloopt.

De cijfers: de leiderschapspijplijn kraakt

Dat dit geen zachte HR-romantiek is, blijkt uit het grootste lopende leiderschapsonderzoek ter wereld: de Global Leadership Forecast 2025 van Development Dimensions International (DDI), gebaseerd op de antwoorden van ruim 10.000 leiders en bijna 2.200 HR-professionals in meer dan vijftig landen. De uitkomsten zijn ontnuchterend:

Met andere woorden: bijna iedereen vindt het belangrijk om van binnenuit te laten doorgroeien, maar nauwelijks iemand heeft de pijplijn op orde. De opvolgingsplannen bestaan vaak alleen op papier.

Waarom volgers kweken je duur komt te staan

Eerst: je verliest je talent. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat high-potentials bijna vier keer zo geneigd zijn om te vertrekken als ze geen gerichte ontwikkeling krijgen. Juist de mensen die je volgende generatie leiders hadden moeten worden, lopen als eerste de deur uit, naar een werkgever die hen wél laat groeien. Tegelijk staat de zittende generatie onder druk: het merendeel van de leiders rapporteert toegenomen stress, en een aanzienlijk deel overweegt te vertrekken.

Daarnaast: je bouwt een single point of failure. Een team dat volledig op één persoon leunt voor richting en besluiten is kwetsbaar. Valt die persoon weg, door vertrek, ziekte of promotie, dan valt de boel stil, omdat alle kennis en beslissingsmacht via één knooppunt liep. Dat voelt als controle, maar het is in werkelijkheid risico.

De business case is keihard

Leiders die leiders voortbrengen, is dus niet alleen ethisch chic. Het is meetbaar beter voor de bedrijfsresultaten. Uit de DDI-onderzoeksreeks blijkt dat organisaties met de hoogste leiderschapskwaliteit hun concurrenten dertien keer vaker overtreffen op factoren als financiële prestaties, productkwaliteit, medewerkersbetrokkenheid en klanttevredenheid. Leiderschapskwaliteit is geen kostenpost, maar een concurrentievoordeel.

En het idee dat je leiderschap beter kunt verdelen dan centraliseren, wordt gesteund door de wetenschap. Een veelgeciteerde meta-analyse van D'Innocenzo, Mathieu en Kukenberger (gepubliceerd in Journal of Management, 2016), gebaseerd op vijftig effectgroottes en bijna 3.200 teams, vond een duidelijk positief verband tussen gedeeld leiderschap en teamprestaties. Teams waarin meerdere mensen leiderschap op zich nemen, afhankelijk van wat het moment vraagt, presteren beter dan teams die volledig op één formele leider leunen.

Van volgers naar leiders: wat je morgen kunt doen

De diagnose is helder. Maar hoe breng je in de praktijk meer leiders voort? Een paar concrete startpunten:

Tot slot

Het Delftse tegeltje was vooruitziend. Volgers kweken voelt veilig, het streelt het ego en het geeft een gevoel van grip. Maar het bouwt een broze organisatie die instort op de dag dat de leider vertrekt, en het jaagt je beste mensen weg.

Leiders grootbrengen vraagt het tegenovergestelde: loslaten, ruimte geven, fouten toelaten en accepteren dat je grootste prestatie misschien onzichtbaar is, verstopt in het succes van een ander. De echte test voor een leider is dan ook niet hoeveel mensen achter hem aan lopen. Het is hoeveel mensen hij heeft leren lopen.